Geschiedenis

Geschiedenis

Geschiedenis.

Doordat het dorp tot 1984 onder drie gemeenten viel ( Leeuwarderadeel, Ferwerderadeel en het Bildt ) en tot 1975 officieel resorteerde onder Finkum en Hallum, is er in de archieven weinig in directe zin terug te vinden over het verleden van het dorp Oude Leije. Bovendien is hierdoor historisch niet alles met zekerheid vast te stellen.

De Middelsé.

Aan de rand van de vroegere Middelsé was aan de uitmonding van een zeeslenk, dus eigenlijk op natuurlijke wijze, het gehucht ,, De Leije ,, ontstaan. In de loop van de vijftiende eeuw groeide de nederzetting uit tot een voor de omgeving niet geringe haven en handelsplaats. De dorpsnaam De Leije hield verband met de zeearm of zeestroom, ,,de Leije ,, genaamd, en de plaatselijke uitwateringssluis de Leije Zijl

Havenplaats.

Door de gunstige ligging ontstond hier een haven met een levendige handel. Uit de
belastinggegevens van omstreeks het jaar 1520 is bekend dat de geheven accijnzen in de haven van de Leije zo`n 100 goudguldens bedroegen. In die zelfde jaren worden voor Harlingen 407, Workum 3409, Dokkum 297 en Lemmer 147 goudguldens aan accijnzen geheven. Hier in de haven werden de toen gebruikelijke land en vee-
teeltprodukten verhandeld tegen turf, hout, bieren, wijnen, levensmiddelen en dergelijke.

Inpoldering van de Middelsé.

Door de steeds verder optrekkende inpoldering van de Middelsé veranderde hier de toestand. De havenactiviteiten en de werkgelegenheid namen af. Bij de aanleg van de Oude Bildtdijk, van 1505 tot 1508, verplaatste de haven en de buitenzijl of sluis
zich naar ( Oude ) Bildtzijl. De naam De Leije veranderde in Oude Leije met een binnenhaven en een binnenzijl. Na de aanleg van de Nieuwe Bildtdijk in 1655 verviel de betekenis van de Leije Zijl met haven. Uit de tijd van de inpoldering stamt ook de nu nog bekende naam ,, Balkeind ,,. Dit was een benaming voor een vaste brug of badding aan het einde van een weg. Dit was in de Leije het geval halverwege de huidige Langedijk. De Balkeindster brug en de Balkeindster poldermolen bevonden zich op de grens tussen oud en nieuw land. Na de inpoldering bevoeren nog wel beurt- en vrachtschepen de omgeving met handelswaar. In de loop der jaren werd ook veel vruchtbare terpaarde uit de omgeving ( zoals van Mariëngaard ) verscheept om de lage landen en de zandgronden hiermee aan te vullen. De terpen hadden immers af-
gedaan, omdat de beschermende taak was overgenomen door tussen land en water kleiruggen op te werpen tegen het geregeld dreigende water.

Klooster Mariëngaard.

Het inpolderen en het aanleggen van zeeweringen was monnikenwerk. Deze werk-
zaamheden werden hier verricht door de inzet en de ontwikkelingen van de bewoners
van het beroemdeMariëngaarder Klooster, gelegen aan de oude weg tussen Oude- Leije en Hallum. Dit klooster werd in 1163 gesticht door Fredrik van Hallum en heeft veel invloed gehad op de ontwikkeling van de omgeving. Onder dit klooster hoorden
veel andere kloosters uit de wijde omgeving. Ook behoorde hiertoe een kapel op De Leije, waarvan de plaats onbekend is gebleven. Tijdens de hervorming werd in 1580 het klooster opgeheven. Restanten hiervan bleven bestaan tot in de negentiende eeuw. Nu rest er nog slechts een gedenksteen ter nagedachtenis aan een rijk verleden.Deze steen is te vinden aan de oprijlaan naar de, op de plaats van het klooster gebouwde boerderij, thans Mariëngaarderweg 45.

Geschiedenis tot ruim 1800.

Van de periode tot ruim 1800 is weinig bekend uit de geschiedenis van Oude Leije.
In die tijd was het dorp een redelijke woonplaats met ongeveer 600 inwoners, maar
werd nog steeds aangemerkt als gehucht. Zoals iedere havenplaats had ook De Leije
zijn eigen vlag met de kleuren rood-geel-blauw, en een eigen wapen ,, Een mes met een skai is ut wapen van Ouwe Lai ,,. De bewering wil dat het wapen verband houdt
met de ruigheid van de toenmalige bevolking, die snel klaar stond om het mes uit de schede te trekken. Ook de bijnaam voor Oude Leije ,, Hier troch de Pet,, houdt mogelijk verband met de toestand en het type bevolking van vroeger,grote armoede, geen geld voor een nieuwe pet.                                                          Met uitzondering van een gering aantal grootgrondbezitters, die vaak als heersers optraden, was armoe troef. In vergelijking met de zandgronden was de vette klei nog wel ,, rijk ,, te noemen. De naam De Leije of Oude Leije is vrijwel met zekerheid de basis geweest als naamgever voor de familienamen Van der Leij, Bij de Leij en Lei.

Grensdorp.

Gelegen op de grens van drie gemeenten werd het dorp in de negentiende eeuw door
deze gemeenten gebruikt voor alles wat men aan mensen liefst maar kwijt was. Zo
werden armen, bedelaars, weduwen, daklozen, wezen in een ,,earmhûs,, onderge-
bracht wat in de volksmond ,, Triennebuorren ,, kreeg.
De lintbebouwing van het dorp is ontstaan op de oude zeedijk, de grens tussen het
oude en nieuwe land. Door de begroeiïng en verkaveling van de landerijen is deze nog
duidelijk zichtbaar, hoewel dit door recente ruilverkaveling is vervaagd door vergroting van de kavels en verwijdering van begroeiïng.

Gehenna van Friesland.

De aanwezigheid van ettelijke kroegen en de al eerder genoemde omstandigheden bevorderden in geen geval de rust in het dorp. In de weekeinden werd het vaak
zwaar verdiende geld van de afgelopen week omgezet in drank. Dit trok op zaterdagavond vaak daklozen en zwervers die zichzelf ook in de drank probeerden te vergeten. Een deel van de landarbeiders ging gewapend met hun handgereedschap richting café. Het gereedschap werd vaak aan de goot gehangen om in veel gevallen
`s maandagsmorgens er weer af te halen als de werkweek weer begon.
Om te voor komen dat de onrust en onenigheden in de weekeinden uit de hand zouden lopen, werd vaak politieversterking gestuurd naar het dorp. In de volksmond
werd het dorp het ,, Gehenna van Friesland ,, genoemd.

Het Reveil.

De twee plaatsen Winschoten en Oude Leije werden ook wel het ,, Sodom van het
Noorden ,, genoemd. In deze tijd van onvrede, onrust en onzekerheid werd vanaf on-
geveer 1840 de omgeving beïnvloed door het opkomend Reveil. Een vernieuwende beweging op kerkelijk gebied. Een evangelisatiebeweging kwam, zoals in vele landen
en streken, ook hier op gang. Bakker Broersma van Oude Leije leverde bij het bezorgen van het dagelijks brood ook het evangelie aan de deur. In de bakkerij van Broersma werden geregeld bijeenkomsten gehouden. Velen voelden zich hiertoe aangetrokken en vonden rust en zekerheid in dit evangelie. Al snel werd de vergaderruimte te klein. Een ruimer onderkomen werd gevonden in een schuur op het
dorp. Ook dit bleek niet voldoende te zijn. In 1868 werd besloten een kerkgebouw te bouwen met pastorie en bijgebouwen. Veschillende evangelisten verrichtten hier vervolgens hun werk in de ontstane gemeente. Vanuit de wijde omgeving kwam men op de hier verkondigde boodschap af. In 1875 werd een beroep gedaan op de eerste predikant, Marinus Mooij. Er werd hem gevraagd om de onstane Vrije Evangelische Gemeente te leiden tegen een vergoeding van 500,- gulden per jaar. Bij nadere inven
tarisatie moest men hem berichten dat de gemeente slechts voor 50,- gulden kon in-
staan. Hij kwam toch en bleef drie en half jaar. Marja, een in Oude Leije geboren zoon van dominee Mooij, is bekend geworden als Nederlands dichter. Na de periode Mooij kwamen nog vijf predikanten naar Oude Leije. In 1918 had zich een concentratie van leden gevormd in Oude Bildtzijl. De gemeente verplaatste haar zetel
daarheen en het kerkgebouw in Oude leije, dat zeker zo`n 500 mensen kon bevatten,
werd afgebroken. Momenteel rest er nog een bijgebouwtje van dit kerkgebouw dat in gebruik is geweest als zondagschool en dat nu dienst doet als opbaarruimte.

Overig kerkelijk leven.

In 1910 werd in Oude leije een gereformeerde kerk gebouwd. De gemeente heeft van
wege het te geringe aantal ledental hier nooit een vaste voorganger gekend. De ge-
meente bleef zelfstandig tot 1971 en is opgegaan in de gereformeerde kerk van Oude Bildtzijl. Het voormalige kerkgebouw wordt thans gebruikt als werkplaats. Wat betreft de hervormden in Oude Leije kan gesteld worden dat ze kerkelijk officieel behoren tot
de hervormde gemeente van Finkum ( Feinsum )/Hijum (voormalige deel van Leeuwar
deradeel ) en Hallum ( voormalig deel Ferweradeel ). De beide gemeenten werken in pastoraal verband samen. Er wordt echter zowel in Finkum/Hijum als in Vrouwen-
parochie gekerkt. Voor zover bekend zijn in de jaren van 1713 tot 1735 in Oude Leije door de predikanten van Finkum, dominee Reen en Hanekroot, zogenaamde Oefe-
ningen of Huisoefeningen gehouden. Deze vonden donderdags plaats en per keer werd gemiddeld tien tot vijftien stuivers aan aalmoezen ingezameld. Ruim tweehon-
derd jaar later, zo rond 1950, zijn ook gedurende enkele jaren godsdienstoefeningen
in ,, Ons Gebouw,, gehouden onder leiding van dominee W.Oosterwal van Finkum.

Bekenden uit het verleden.

Iets buiten de veelzijdige dorpsgemeenschap leefden en werkten omstreeks 1800 de
gebroeders Roelofs op de Pôlle over Sinnema`s brug (de huidige dam in het Pôllepaed). Deze Pôlle is gelegen ten nooroosten van het dorp aan de,, Kûrfeart,,
aan het eind van het Pôllepaed. Het is nog herkenbaar aan de hoge ligging, omringd
door een boomsingel. De laatste bebouwing die nog herinnerde aan dit verleden is in
begin jaren 1970 afgebroken. De gebroeders Roelofs genoten landelijke bekendheid.
Met name de jongste, Arjen Roelofs ( 1754-1828 ), hield zich naast zijn beroep als
landbouwer intensief bezig met sterrenkunde en instrumentmakerij. Verscheidene tele
scopen en verrekijkers werden door hem ontwikkeld, gemaakt en tentoongesteld.
Voor zijn werk kreeg hij vele onderscheidingen van verdienste, waaronder,, Broeder
in de orde van de Nederlandse Leeuw ,,. In opdracht van koning Willem I werd een
telescoop vervaardigd die nog in het Leidse observatorium staat opgesteld. Naast deze hobby oefenden de gebroeders ook genees-,wis en natuurkunde uit.
Nog een naam van bekendheid was R.B.Gelder,van beroep instrument- en klokken-
maker. Er zijn nog voorbeelden van zijn werk uit 1853 te zien in o.a. Fries Museum.



                                      Alde Leie anno 1835.

Industrie in het verleden.

De omgeving was, door de geschiktheid van de klei, een plaats waar steenbakkerijen ontstonden. Aan het Roodpad tussen Vrouwbuurstermolen en Oude Bildtzijl ten westen van Oude Leije, ontstond de zogenaamde ,, Tichelwerken ,,. Uit de Neder-
landse geschiedenis is de eerste gebakken steen bekend vanaf de twaalfde eeuw en werd als eerste verwerkt aan kerken en kloosters. De stenen werden in vroeger tijden vermetseld met leem, tras en kalk. Ook een vorm van industrie waren de in Oude Leije bekende cichoreifabriekjes, waarin produkten werden gebrand voor het maken van surrogaat koffie. Eén hiervan is nog te vinden aan Oan `e Slink nr. 6.
Voor het vervoer van goederen en personen bestond er een spoorwegverbinding met
Leeuwarden en omstreken. Een voormalig stationsgebouw, verladings- en halteplaats
voor Oude Leije is terug te vinden aan de Leijester Hegedyk nr.23.

Doarpshûs/Dorpshuis,,ûs Gebou/ons Gebouw,,.

Het voormalige schoolgebouw werd na opheffen van de school verkocht aan het NVV/SDAP. Het werd toen ,,ûs Gebou,, en deed voornamenlijk dienst als socialistisch
verenigingsgebouw. Tot ongeveer het einde van de tweede wereldoorlog heeft het deze overwegend socialistische signatuur gedragen. Hierna is dit langzamerhand onder invloed van de verandering en tijd veranderd naar een meer algemener gebruik voor diverse dorpsactiviteiten. Momenteel is het in 1978 geheel vernieuwde gebouw
in gebruik als volwaardig dorpshuis. Het wordt sinds 1975 beheerd door een stichting,
waarin zoveel mogelijk iedere groepering van de dorpsbevolking vertegenwoordigd is.
Om te kunnen voorzien in onverwachte uitgaven is een actiegroep al vanaf 1975 bezig met het voeren van acties die de nodige financële middelen bij elkaar probeert
te brengen. Het bestuur voorziet, samen met een groep vrijwilligers, in het beheer en
dagelijks onderhoud. Bij extreme situaties wordt de hulp ingeroepen van de gemeente
Leeuwarderadeel.

Ontwikkelingen tot heden.

Zo rond de jaren zestig was de omgeving voor het overgrote deel gericht op land-
tuinbouw- en veeteelt en aanverwante bedrijvigheid. De zich snel ontwikkelende technieken en mechanisatie veranderde deze situatie drastisch. Er zijn nu nog slechts enkelen die in deze bedrijfstak hun werk vinden. Door deze ontwikkelingen
werden velen genoodzaakt elders hun bestaan te zoeken. Velen vertrokken naar steden in en buiten Friesland. Het inwonertal liep snel terug tot circa 250 inwoners van Oude Leije. De terugloop stabiliseerde zich in de loop van de jaren zeventig.
Sindsdien werd door velen weer de waarde van rust en gemeenschapszin van dorpen
gewaardeerd, en is het inwonertal weer iets gestegen tot 270 inwoners.
In 1975 werd op verzoek van de vereniging van dorpsbelangen het gehucht Oude Leije verheven tot officieel zelfstandig dorp. Tot die tijd viel Oude Leije officieel onder het dorpsgebied Hallum en Finkum.Sinds 1984 werd ook de toestand van de drie gemeenten opgeheven. Met uitzondering van nog enekle woningen in het Bildt valt het hele dorpsgebied nu onder de gemeente Leeuwarderadeel.
Het dorp heeft, evenals de meeste kleine dorpen, naast moeilijke perioden van leegloop, de zorg middels de vereniging ,, dorpsbelang ,, actief in overleg met de gemeente om het tij te keren. Er kwam een sportveld, een diepriool, erfvergroting,
groenvoorzieningen, fiets en voetpaden. Dorpshuis vernieuwing. Krotten werden opgeruimd en door nieuwbouw vervangen en op beperkte schaal nieuw gebouwd.
Momenteel ( 2008 ) wordt er gewerkt aan het bevaarbaar maken van de elfstederoute voor de pleziervaart welke route dwars door het dorp loopt.

Het huidige dorp.

Oude Leije is een lyts doarp ( klein dorp ) maar soms groots in het nieuws vanwege
de tocht der tochten op de schaats. Veel jonge gezinnen hebben zich de laatste jaren gevestigd. Voorzieningen nemen af, maar….. er is nog een café, een rijdende winkel en de bus rijd nog door het dorp. Er zijn veel enthousiaste vrijwilligers die werken voor de speeltuin, de haven, sportveld, dorpshuis en dergelijke gemeen-
schappelijke voorzieningen.

Het informatieve gedeelte, de geschiedenis is beschikbaar gesteld door de heren:

Thomas Dijkstra.
Jan Stienstra.
Johan van Gent 
ict.